Tijd van ontdekkers en hervormers

Een andere naam voor dit tijdvak is de . Deze duurde van 1500 tot 1600. In deze eeuw vonden veel veranderingen en ontdekkingen plaats. Maar terwijl de kunst teruggreep op de klassieke periode, keek de verder. Mensen begonnen hun eigen leefstijl te herzien en te bekritiseren. Ze hadden de vroeger altijd gebaseerd op het Christelijke geloof. Nu waren ze van mening geworden dat het geloof niet langer de basis kon zijn voor . Ze meenden dat zij kennis nu moesten baseren op waarnemingen en inzicht. Dit zorgde voor grote veranderingen in de geschiedenis.

Een belangrijke verandering in de 16e eeuw kwam voort uit overzeese tochten. Columbus, Vasco da Gama en Magelhães waren belangrijke ontdekkers. Zij wilden het Christelijke geloof verspreiden en hun politieke macht vergroten. Hiervoor hadden zij een groter gebied nodig. Bovenstaande mannen hadden inderdaad nieuw land ontdekt. Hierdoor kregen ze ook meer handelsmogelijkheden. Al aan het einde van de 15e eeuw had Columbus Amerika ontdekt en gaf dit land aan de Spaanse koning. In diezelfde eeuw had Giovanni Caboto Noord-Amerika ontdekt. Hij voer in opdracht van Engeland en dus werd het land aan de Engelse koning gegeven.

In de 16e eeuw was men voornamelijk op zoek naar andere zeeroutes naar Indië. Dankzij deze zoektocht ontdekten ze veel meer nieuw land. Dit werd allemaal gekoloniseerd. De wereld werd langzaamaan een lappendeken van verschillende Europese kolonies. Nederland had veel kolonies in Azië en Midden-Amerika. Spanje had in de geschiedenis zijn kolonies voornamelijk in Zuid-Amerika en Engeland in Indië en Noord-Amerika.

Niet alleen dankzij al deze ontdekkingen moesten er nieuwe landkaarten worden getekend. De grenzen in schoven in dit tijdvak ook nog heen en weer. Nederland was in conflict met zijn Spaanse heerser. De Nederlanders volgden namelijk de nieuwe trend op het gebied van religie. Dit was de hervorming. In de 16e eeuw werd de kerk krachtig hervormd. De katholieke kerk was eeuwenlang de enige Christelijke kerk geweest. Rome was de baas over de Christenen. Er stonden steeds meer hervormers op die hier commentaar op hadden. Enkelen van hen waren Calvijn en Luther. Zij kregen veel volgelingen in Duitsland en in Nederland. De Spaanse koning bleef echter katholiek en duldde deze hervormingen niet. Hij wilde de macht houden in alle uithoeken van zijn koninkrijk. Dit hield in dat de onderdanen de religie moesten belijden die hij had gekozen. Het dus.

De Nederlandse adel werd opstandig. Ze eisten van hun koning Filips II dat hij hen voorrechten zou verlenen. Ook wilden ze dat de hervormers meer vrijheid zouden krijgen en dus niet meer zouden worden vervolgd. Op deze eisen ging Filips II niet in. Dit was het begin van de tachtigjarige oorlog. Deze oorlog heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat Nederland een onafhankelijke staat zou worden. De van de zeven verenigde Nederlanden.

×

U kunt niet meer reageren.