Wat moet je écht weten van de geschiedenis? Er is zo enorm veel gebeurd. Toch hebben sommige gebeurtenissen een grotere indruk achtergelaten dan andere.

De commissie de Rooy is in 1999 gesticht om er voor te zorgen dat scholieren meer en beter geschiedenisonderwijs zouden krijgen. Ze waren bang dat er veel scholieren straks niet meer weten of Napoleon of Hitler eerder in de geschiedenis voorkwam.

Als je dingen vaak genoeg herhaalt kun je ze makkelijker onthouden. Ook als de informatie in verschillende, duidelijke delen wordt aangeboden leert dat makkelijker. Daarom deelden ze de geschiedenis in in tien verschillende tijdvakken.

In je hele schoolcarrière moet je deze tien tijdvakken meerdere keren behandelen. De herhaling zorgt er voor dat je het makkelijker onthoudt. Scholieren moeten alle tien de tijdvakken één keer hebben behandeld op de basisschool. Ook moeten ze de tien tijdvakken als lesstof krijgen in de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs. En in de laatste jaren van het voortgezet onderwijs moeten de tijdvakken nog eens worden herhaald. In totaal krijg je dus drie keer les over de tijd van de prehistorie, de tijd van de verlichting, maar ook over de moderne tijd.

Om het ons makkelijker te maken hebben ze de tijdvakken genoemd naar de kenmerken. Zo heet de prehistorie de tijd van de jagers en boeren, de verlichting noemen ze de tijd van de pruiken en revoluties en de moderne tijd wordt de tijd van de televisie en computer. Deze namen roepen een beeld op. Dit doet een naam zoals ‘de verlichting’ namelijk niet zo goed. En als je een beeld hebt bij dat wat je leert, leert dat ook makkelijker.

Omdat de informatie wordt gegeven in verschillende tijdvakken heb je een kader voor de informatie. De commissie de Rooy hoopte dat je door middel van de tijdvakken beter kunt onthouden wat de volgorde van verschillende gebeurtenissen was. Als je nu dus leert over een belangrijke gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis is het de bedoeling dat je weet in welk tijdvak dit is gebeurt. Als je de volgorde weet van de verschillende tijdvakken is het makkelijker te onthouden wanneer deze gebeurtenis heeft plaats gevonden.

Maar niet iedereen geloofde dat je de informatie beter zou kunnen onthouden door middel van de tijdvakken. De indeling van de tijdvakken zou namelijk niet helemaal logisch zijn en ook de namen van de tijdvakken vertellen niet precies wat er gedurende die tijd is gebeurd. Ook maakt de commissie de Rooy met deze tijdvakken een keuze uit alle gebeurtenissen. Ze kijken alleen maar naar de gebeurtenissen die in West-Europa zijn gebeurd en de verhalen van vrouwen uit de geschiedenis komen bijna niet voor.

De adviezen van de commissie de Rooy hebben grotendeels bepaald wat elke scholier tegenwoordig moet weten van de geschiedenis van Nederland. Maar omdat er zo veel mensen kritiek op hadden was er in 2006 nog een nieuwe commissie samengekomen. Dit was de commissie van Oostrom.

Deze commissie heeft een aanvulling gegeven op de adviezen van de commissie de Rooy. Zij hebben een lijst van 50 vensters gemaakt. Deze lijst van onderwerpen, voorwerpen, personen en thema’s noemen we de canon van Nederland. Iedere scholier moet deze 50 vensters leren tijdens de geschiedenisles. De canon vensters komen voor in de tien tijdvakken die al eerder zijn opgesteld. Op deze website vind je een samenvatting van de geschiedenis, ingedeeld in de tien tijdvakken die de commissie de Rooy heeft bepaald.