De economische wereldcrisis

24 oktober 1929 staat in de geschiedenis boeken als een zwarte dag. De aandelen, die al jaren in waarde waren gestegen, daalden nu opeens pijlsnel. Er brak paniek uit. Van de een op andere dag ontstond er een economische crisis en de mensen wisten niet wat ze moesten doen om het tij te keren. Ze hadden ook helemaal geen crisis verwacht. Dankzij de industriële revolutie was men in Amerika gewend geraakt aan een goede, sterke, groeiende economie.

Toch hadden ze het kunnen zien aankomen. Want vanaf 1924 gingen er in Amerika gemiddeld 2 banken per dag failliet. En Europa was ook niet ongeschonden uit de 1e wereldoorlog gekomen. Engeland en Duitsland hadden veel geld geleend bij Amerika om bijvoorbeeld oorlogsduikboten te kunnen kopen. Vooral Duitsland had erg veel geld geleend.

Na de oorlog hadden bijna alle landen hadden meer schulden dan ze konden betalen. De schulden werden betaald door middel van geleend geld. Bedrijven leenden geleend geld uit. Op deze zwarte donderdag in 1929 kon niemand in Amerika meer geld krijgen. Toch vroegen heel veel mensen in paniek al hun spaargeld en uitgeleend geld terug. Maar niet iedereen kon zijn geld terug krijgen. Binnen 2 maanden was een bedrag van 40 miljard dollar in rook opgegaan. Iedereen had al die tijd gedacht dat het geld werkelijk bestond. Maar het waren slechts leningen en niemand had een onderpand. Dit geld kwam dus nooit meer terug.

Amerika stopte onmiddellijk met het uitlenen van geld en vroeg al het geleende geld terug. Duitsland had heel veel geld geleend van Amerika. Het had namelijk een torenhoge boete opgelegd gekregen na de 1e wereldoorlog. Zij waren aangewezen als schuldige van de oorlog en moesten dus betalen. Maar dat konden ze niet meer toen Amerika de geldkraan had dicht gedraaid. In 1930 sloten de eerste banken in Duitsland. Ook begonnen steeds meer fabrieken hun arbeiders te ontslaan.

De handel viel stil. Geen enkel land had nog geld om goederen te importeren. Maar omdat niemand meer importeerde konden de landen ook niet meer exporteren. En dus konden ze geen geld meer verdienen. De hele economie schrompelde ineen. De crisis werd alleen maar erger. Het werd de grootste economische crisis in de geschiedenis.

Op een zaterdag in maart 1932 waren er nieuwe koersdalingen op Wallstreet. (De Amerikaanse geldhandel) Iedereen wil koste wat kost zijn aandelen verkopen. Duizenden aandelen worden voor nog maar een fractie van de oorspronkelijke waarde verkocht. Het Amerikaanse volk pakt haastig de spaarboekjes uit de la en rennen naar de bank om hun geld te innen. Maar de kluizen zijn leeg. De banken eisen geld van Wallstreet. Maar er is nergens meer geld.

Het tijdvak dat nu aanbrak noemen we de crisisjaren. In Amerika had president Roosevelt een plan bedacht om de crisis de baas te worden. In 1933 greep hij in in de economie. Hij gaf werklozen een uitkering. Maar de crisis was niet meer te stoppen.

Dankzij de grote werkloosheid in Duitsland was in vele huizen geen broodkruimel meer te vinden. Ook hadden ze geen hout meer om het huis warm te stoken. De mensen in dit tijdvak zagen de toekomst somber in. Er moest iets veranderen. Vele mensen wilden een sterke leider die het tij kon keren. Geen wonder dus dat ze de verhalen van Hitler geloofden. Hij beloofde hen werk en een nieuwe toekomst.

×

U kunt niet meer reageren.