Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

Rond 11.000 voor Christus was het gebied dat zich uitstrekt van het Nijldal naar Israel, Libanon, Jordanië, Syrië en Irak het meest vruchtbare gebied. Dit gebied noemen we hierom de Vruchtbare halve maan. Het is dus niet zo gek dat hier de eerste boeren leefden.

De eerste mensen waren altijd jagers en verzamelaars geweest en reisden hun voedsel achterna. Dit veranderde echter tijdens de landbouwrevolutie. Deze revolutie noemen we ook wel de neolithische revolutie. Het was namelijk het begin van een nieuw tijdvak in de geschiedenis. De tijd voor deze revolutie heet de Midden Steentijd. De tijd na de revolutie heet de Nieuwe Steentijd, ook wel Neolithicum genoemd. Dit tijdvak heeft zijn naam te danken aan het feit dat de mensen voor het eerst gebruiksvoorwerpen van aardewerk maakten.

Maar tijdens de landbouwrevolutie deden zij een nog veel grotere ontdekking dan het maken van gebruiksvoorwerpen van aardewerk. Voor het eerst in de geschiedenis gingen zij granen en andere eetbare planten verbouwen. We weten niet precies hoe de mens de landbouw heeft uitgevonden, maar er zijn wel verschillende theorieën over.

Volgens de Oase theorie was de grond in het Nabije Oosten dankzij het einde van de Laatste IJstijd erg droog en onvruchtbaar geworden. Hierdoor waren de mensen en dieren naar de enige plaatsen getrokken waar nog vruchtbare grond was. Dit was in de oases en langs de rivieren. Maar deze theorie klopt niet omdat de resten van de eerste landbouwnederzettingen voornamelijk op berghellingen zijn gevonden.

Een andere theorie komt van Professor Hillman. Hij ontdekte bij opgravingen dat de jagers-verzamelaars in Syrië tamme granen bij zich hadden. Hij kwam hierdoor tot de conclusie dat zij de granen, die eerst in het wild groeiden, hadden verzameld en gingen verbouwen. Zij waren hiertoe gedwongen omdat veel wilde granen rond 13.000 voor Christus uitstierven dankzij een koude, droge periode.

De landbouwrevolutie veroorzaakte de sedentaire revolutie. Sedentair betekent vaste woonplaats. In de sedentaire revolutie kreeg de eerste mens voor het eerst een vaste woonplaats. Ze bleven nu vlak bij hun akkers wonen en gingen vee houden voor vlees, wol of melk. Ze leerden steeds betere huizen bouwen en maakten werktuigen om het land te bewerken. De uitvinding van de sikkel en de ploeg zorgden ervoor dat er steeds meer voedsel verbouwd kon worden. De dorpen werden groter omdat er nu meer kinderen geboren werden. Ook ging men handelen in het voedsel dat over was. Ze ruilden het bijvoorbeeld voor obsidiaan. Dit is een heel sterk, zwart vulkanisch gras waar ze werktuigen van konden maken.

Rond 7500 voor Christus leefden bijna alle culturen in de Vruchtbare halve maan van de landbouw. Het duurde nog 2200 jaar voordat de landbouwrevolutie Nederland bereikte. Ongeveer 5300 jaar voor Christus werden de eerste Limburgse akkers aangelegd. Rond 4000 voor Christus gebeurde dit ook in Drenthe.

In Drenthe waren veel enorm grote keien te vinden. Deze keien waren tijdens de ijstijd vanuit Scandinavië op het Drentse land terecht gekomen. De boeren konden deze keien niet gebruiken op hun akkers. Daarom besloten zij de keien te gebruiken als graf. Hoe ze de loodzware keien hebben kunnen verplaatsen en stapelen is nog steeds een raadsel. Sommige stenen wegen wel meer dan 25.000 kilo. Je kunt deze graven van steen nog steeds bewonderen. We noemen het hunebedden. Deze hunebedden

×

U kunt niet meer reageren.