De politiek-maatschappelijke stromingen nationalisme, liberalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

Net zoals iedere eeuw was de 19e eeuw ook politiek een roerige tijd. Het was de tijd van de burgers en stoommachines. Maar er was een groot verschil tussen dit tijdvak en de tijdvakken eerder in de geschiedenis. In de 18e eeuw waren er veel grote denkers opgestaan. Zij hadden de oude regeervorm bekritiseerd. Deze tijd noemt men ook wel de verlichting. Dankzij de verlichting waren er veel nieuwe ideeën voor andere regeervormen ontstaan. De meeste mensen wilden een democratie. Dit betekent dat het volk regeert. Dit doet ze door volksvertegenwoordigers uit te kiezen die het land mogen regeren. Deze volksvertegenwoordigers krijgen nooit de volledige macht. De volledige macht blijft altijd bij het volk liggen.

Binnen de democratische regeervorm ontstonden verschillende politieke stromingen. Deze stromingen hebben we vandaag de dag nog steeds. De VVD is bijvoorbeeld liberaal, de SP is socialistisch en de SPG is confessionalistisch. Een confessionalistische partij wil regeren volgens zijn eigen religie. Dit was vroeger natuurlijk meer gebruikelijk dan vandaag de dag. De VVD, de SPG en de SP bestonden in de 19e eeuw natuurlijk nog niet. Er bestonden namelijk helemaal geen politieke partijen in de 19e eeuw. Toen werden er alleen maar stromingen gevormd.

De 18e eeuwse filosoof John Locke wordt gezien als de grondlegger voor het liberalisme. Hij vond dat er niets mocht gaan boven de vrijheid van het individu. Dat betekent dus ook dat er zo min mogelijk regeltjes moeten zijn. Die regeltjes belemmeren het individu namelijk in zijn vrijheid. Maar de socialisten vonden eigenlijk dat er wel regels moesten zijn. De vader van het socialisme is de filosoof Karl Marx. Hij zag dat fabriekseigenaren hun vrijheid misbruikten en de werknemers uitbuitten. De fabriekswerknemers werkten hele lange dagen onder slechte omstandigheden en kregen erg weinig geld.

Maar er waren nog meer stromingen die invloed hadden op de politiek van de 19e eeuw. Het nationalisme is daar één van. Ook deze ontstond naar aanleiding van de verlichting in de 18e eeuw. Omdat ze vonden dat het volk meer rechten moest krijgen ging er steeds meer aandacht naar het volk. Het volk moest een gezicht  en een verhaal krijgen. Eerst keek men altijd alleen maar naar de leiders. Die waren belangrijk. Nu was het volk belangrijk. Er moest iets zijn waar ze trots op konden zijn. Ze hadden allemaal dezelfde geschiedenis, taal en cultuur. Dit karakteriseerde het volk. Alles wat het volk karakteriseerde werd verheerlijkt. In Duitsland werden bijvoorbeeld volksverhalen verzameld door de gebroeders Grimm. De gebroeders Grimm schreven deze op omdat het een belangrijk onderdeel was van de Duitse cultuur. En dit ondersteunde het nationalistische gevoel.

Aan het einde van de 19e eeuw mochten veel mannen stemmen. Ze moesten boven de 23 jaar zijn en moesten voor een bepaald bedrag aan belasting hebben afgedragen. Vrouwen mochten echter niet stemmen. Uit onvrede over deze situatie ontstond de eerste feministische golf. Het feminisme strijdt namelijk voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen.

×

U kunt niet meer reageren.