Het totalitaire karakter van het communistisch politiek systeem

Voordat de eerste wereldoorlog begon was de Europese bevolking positief gestemd. Ze dacht dat alles alleen maar beter kon worden en geloofde dat ze alle problemen aan konden. Dat bleek echter niet het geval. De oorlog was de grootste humanitaire ramp uit de geschiedenis. Het heeft vele mensen beïnvloed. Verschillende staten doken diep in de schulden en gezinnen moesten zonder vader verder leven.

In dit tijdvak gingen de mensen twijfelen aan de democratie. Misschien was het wel niet zo’n goed idee als ze eerst dachten. Dus ontstonden er in dit tijdvak drie verschillende alternatieven voor de democratie. Deze alternatieven waren allemaal totalitair. Dat betekent dat het politieke systeem in alle lagen van de samenleving door dringt. Het controleert het dagelijks leven van het volk tot in de huiskamer. Vaak wordt een totalitair regime geregeerd door een dictator. Een dictator heeft de totale macht van een land in zijn handen.

Duitsland had erg te lijden onder de boetes die ze moesten betalen na de eerste wereldoorlog. Het land was in crisis. De hele wereld vond dat zij de schuldige waren van de oorlog en dus zochten ze iets om trots op te zijn. Dit was de Duitse natie. In Duitsland groeide het nationaalsocialisme. Dit was een totalitaire ideologie. Deze ideologie werd vertegenwoordigd door de NSDAP. Dit was een Duitse politieke partij die al snel de enige partij in Duitsland werd. Hun leider was Adolf Hitler.

Een andere totalitaire ideologie was het fascisme. Dit leek veel op het nationaalsocialisme omdat het ook aandacht gaf aan de natie. Ook was het antidemocratisch. Het fascisme was erg populair in Italië, maar ook Duitsland werd steeds meer fascistisch. In het fascisme wordt geloofd dat een land moet worden geleid door één sterke leider. In Italië was dit Mussolini.

De derde totalitaire ideologie was het communisme. Het communisme is ontstaan uit de filosofie van Karl Marx. Karl Marx had geschreven over de oneerlijke verdeling van geld. Hij zag dat de arbeiders werden uitgebuit en de fabriekseigenaren steeds rijker werden. Ook had hij hier een oplossing voor. Iedereen moest even veel krijgen. De fabrieken mochten niet meer in handen zijn van één persoon. Als de fabrieken van het hele land zou zijn, zou het geld en de producten veel eerlijker verdeeld kunnen worden. Dan zou iedereen kunnen profiteren van de opbrengst.

Rusland was na de eerste wereldoorlog helemaal failliet. Er stond een groep Russen op die dachten dat de oplossing van Marx het beste idee uit de geschiedenis was. Zij noemden zichzelf de bolsjewieken. Hun leider heette Vladimir Lenin. Niet iedereen was het eens met de ideeën van Lenin. Dus kwam er een burgeroorlog in Rusland. De bolsjewieken wonnen deze en voerden het communistische systeem in. De naam communisme verwijst naar het woord commune. Dit is een samenleving waarin iedereen alles met elkaar deelt.

Alle privébedrijven in Rusland werden genationaliseerd. Dit betekent dat het eigendom werd van de Russische staat. Niemand had nog een eigen bedrijf. De staat was de enige die handel mocht drijven. Ook werd alle landbouwgrond genationaliseerd. Voedsel en andere primaire levensbehoeften werden gerantsoeneerd. Dit betekende dat de staat deze verzamelde en probeerde eerlijk te verdelen onder alle inwoners van het land. Het was de bedoeling dat alle mensen dezelfde hoeveelheid voedselbonnen kreeg. Met zo’n voedselbon kon je niets anders halen dan voedsel.

Maar helaas werkte het idee niet zo heel goed. Omdat er in Rusland en dictatuur was, werden er mensen voorgetrokken. De familie, vrienden en de opvolgers van Lenin hadden vrije toegang tot alle middelen waar de gewone mens niet aan kon komen.

×

U kunt niet meer reageren.