Sociaal-culturele veranderingen en toenemende pluriformiteit vanaf de jaren ’60

De televisie heeft een grote verandering in de geschiedenis betekend. Hoewel hij al in de 19e eeuw was uitgevonden, duurde het nog heel lang voordat er televisieprogramma’s gemaakt werden. De eerste live-uitzending was in 1951. Deze werd uitgezonden op Nederland 1. Dit was de eerste televisiezender van Nederland. Een televisie kostte heel veel geld. In heel Nederland waren er dus maar een paar duizend mensen met een televisie.

De meeste mensen in dit tijdvak luisterden nog steeds naar de radio. In het begin van de jaren 60 werd er niet alleen muziek en nieuws op uitgezonden. De mensen luisterden toen massaal naar hoorspelen. Een van de bekendste hoorspelen was van Annie M.G. Schmidt. Het hoorspel heette ‘In Holland staat een huis’. Dit hoorspel was een soort soap. Het werd twee keer per maand uitgezonden. Annie M.G. Schmidt werd dankzij dit hoorspel en heel bekende Nederlander. Ze schreef poëzie en verhalen. Veel van haar verhalen werden verfilmd.

Pas in 1964 kreeg Nederland een tweede televisiezender: Nederland 2. Enkele jaren later; in 1967, werd ook de eerste reclame uitgezonden. Tegenwoordig verdienen de televisiezenders hun geld voornamelijk doormiddel van het uitzenden van reclame. Toen werd de televisie voornamelijk door de overheid betaald. Dit is nog steeds voor een groot deel het geval met Nederland 1, 2 en 3. Daarom worden er ook eisen gesteld aan de verschillende programma’s en omroepen. Er moeten verschillende soorten programma’s worden uitgezonden. Dat betekende dat er niet alleen muziek of alleen praatprogramma’s mochten worden gemaakt.

Ook moeten de verschillende televisieomroepen één groep uit de samenleving vertegenwoordigen. In het begin van de jaren zestig betekende dit dat er een protestantse omroep en een katholieke omroep was. Ook kwam er op een gegeven moment een Evangelische omroep bij. Maar tegenwoordig hebben we veel meer verschillende groepen in de Nederlandse samenleving. Dit komt omdat we in een multiculturele samenleving leven.

Gedurende de geschiedenis was Nederland een toevluchtsoord voor verschillende onderdrukte bevolkingsgroepen. In 1492 werden de Joden in Spanje vervolgd. Nederland was toen al heel tolerant richting verschillende geloven. Daarom kwamen er veel Joden naar Nederland. Vanaf de 16e eeuw was Nederland een belangrijke handelsnatie. Hierdoor kwamen de Nederlanders veel in aanraking met mensen uit andere landen. Ook kwamen er heel veel buitenlanders naar Nederland toe om handel te drijven.

Nederland is altijd een toevluchtsoord gebleven. In het tijdvak van de televisie en computer is dit dus nog steeds zo. Tussen 1945 en 1965 kwamen er ongeveer 300.000 Nederlanders, Molukkers en Indo’s uit het voormalig Nederlands-Indië naar Nederland. In de jaren 60 had Nederland heel veel werk en weinig arbeiders. Ze gingen arbeiders uit andere landen, zoals Marokko en Turkije halen. Deze arbeiders zouden maar eventjes blijven. Ze waren gastarbeiders. Dat betekende eigenlijk dat ze niets anders mochten doen dan werken. De familie mocht ook niet komen en ze mochten geen Nederlandse identiteit aanvragen. Uiteindelijk werd de wet toch aangepast. De gastarbeiders konden na enkele jaren hun gezin over laten komen.

In de jaren 70 kwamen er ook heel veel mensen uit Suriname naar Nederland. Suriname was aan het begin van de jaren 70 nog deel van het Nederlands koninkrijk. De Surinamers mochten hier dus legaal komen wonen. In Suriname hadden ze weinig kans op een baan. Nederland was veel rijker en had betere voorzieningen voor mensen zonder werk. Dit was dan ook de reden dat er in de jaren 90 heel veel Antillianen en Arubanen naar Nederland kwamen.

×

U kunt niet meer reageren.