De industriële revolutie en de opkomst van emancipatiebewegingen

Het tijdvak van de burgers en stoommachines is voornamelijk bekend dankzij de industriële revolutie. Er waren enorm veel uitvindingen gedaan in deze eeuw en deze hadden geleid tot grote veranderingen in de samenleving. Tot aan het einde van de 18e eeuw werkten de meeste mensen nog in de landbouw.

De industriële revolutie begon in Engeland. Hier werden vele kleine stukken landbouwgrond omgevormd tot enkele grote stukken grond. Hierdoor konden ze de opbrengst van de grond vergroten waardoor er meer voedsel beschikbaar werd. De bevolking groeide fors. Maar er waren steeds minder mensen nodig in de landbouw. Ze hadden namelijk manieren gevonden om met minder tijd en minder arbeid een hogere opbrengst te verkrijgen. Veel mensen verlieten het platteland en trokken naar de stad op zoek naar werk.

In de stad schoten de fabrieken als paddenstoelen uit de grond. Dit kwam door een uitvinding van James Watt. Hij had het bestaande ontwerp van de stoommachine zodanig aangepast dat hij als motor kon dienen voor heel veel verschillende machines. Zo werd het makkelijker om bijvoorbeeld een boot aan te drijven met een stoommotor. Maar de stoommachine werd dus ook gebruikt in de productie. En dankzij deze uitvinding werd het makkelijker om grondstoffen te vervoeren. Dit gebeurde bijvoorbeeld met de trein. In 1839 werd de eerste spoorlijn in Nederland aangelegd. Deze liep tussen Amsterdam en Haarlem.

In sommige industriesteden was de bevolking tussen 1800 en 1850 verdrievoudigd. Nog nooit eerder in de geschiedenis waren de steden zo groot geweest. Al deze nieuwe stadsbewoners zochten werk in de fabrieken. Er werd in ijltempo huizen gebouwd voor deze nieuwe arbeiders. Maar er was niet genoeg geld of tijd om degelijke huizen te bouwen. De huizen waren dus meestal krotten. Niet alleen de woonomstandigheden waren slecht, ook het werk was ongezond. Ze maakten hele lange dagen en kregen weinig loon. De eerste arbeiders hadden ook geen rechten. De fabriekseigenaren konden zelf bepalen hoe veel uur er per dag gewerkt moest worden en hoe veel geld hij daar voor wilde geven. Er werkten in het begin ook heel veel kinderen in de fabrieken.

Er stonden vele mensen op die zich verzetten tegen de kinderarbeid. De overheid greep pas in 1874 in door kinderarbeid te verbieden. Het was nu voor de fabriekseigenaars verboden om kinderen jonger dan 12 jaar in dienst te nemen. Ook werden er regels opgesteld om de arbeiders te beschermen. Er kwam een arbeidswet waarin stond dat vrouwen en jongens tot 16 jaar niet meer dan 11 uur per dag mochten werken. Dit was een belangrijke stap in de geschiedenis.

Het lijkt alsof vrouwen met deze wet beter af waren dan de mannen. Maar dit was over het algemeen niet zo. Ze hadden voor de rest weinig rechten. In Nederland was Aletta Jacobs een van de eerste feministen. Zij eisten stemrecht voor de vrouwen. Aletta was de eerste vrouwelijke arts en had een goed loon.

In dit tijdvak gold een loongrens voor het stemrecht. Dat betekende dat iedereen voldoende geld verdiende mocht stemmen. Aletta verdiende genoeg geld, maar mocht niet stemmen omdat ze vrouw was. Dit vond ze oneerlijk en dus streed zij, en vele vrouwen met haar, voor het vrouwenkiesrecht. Dit werd echter pas aan het einde van haar leven ingevoerd.

×

U kunt niet meer reageren.