Nationalistische bewegingen in de koloniën en het streven naar onafhankelijkheid

We leven nu in het tijdvak van de televisie en computer. Deze begon ongeveer toen de tweede wereldoorlog was afgelopen. Nederland was op 5 mei 1945 bevrijd van de Duitsers. Maar één Nederlandse overzeese kolonie was nog steeds bezet. In 1945 had Nederland drie koloniën. Dit waren Nederlands-Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen. Suriname en de Nederlandse Antillen waren het enige deel van het Nederlandse koninkrijk dat nooit bezet was geweest door Duitsland of Japan. Nederland was in handen gevallen van de Duitsers en Nederlands-Indië was in handen gevallen van Japan.

De tweede wereldoorlog eindigde pas écht toen de Japanners waren verslagen. Dit gebeurde pas in augustus 1945. Amerika gooide toen twee kernbommen op Japan. De eerste bom landde op Hiroshima. Drie dagen later gooiden ze een bom op Nagasaki. De steden waren compleet verwoest. De bommen hebben samen meer dan 300.000 levens gekost.

Toen Japan was verslagen, trokken de Japanners zich terug uit Nederlands-Indië. De inwoners waren zo blij dat ze eindelijk vrij waren, ze wilden nu ook niet meer geregeerd worden door Nederland. Ze wilden geen Nederlands-Indië meer heten. Ze noemden hun land Indonesië. Hun leiders, Soekarno en Hatta, hadden al voor de oorlog een vrijheidsbeweging opgestart.

Deze vrijheidsbewegingen noemen we ook wel eens nationalistische bewegingen. Ze heten zo, omdat ze vinden dat hun natie niet door een andere natie mag worden geregeerd. Nationalistische bewegingen zijn altijd erg trots op hun eigen natie en cultuur. Ze vereren hun eigen geschiedenis, taal en gebruiken.

Vele Indonesiërs waren bereid zich bij de nationalistische beweging van Hatta en Soekarno  aan te sluiten. Dit waren twee belangrijke mannen in de geschiedenis van Indonesië. Zij vochten voor hun vrijheid. Zij kregen hulp van Amerika. Want ook zij vond de kolonisatie ouderwets en steunde de Indonesiërs in hun vrijheidsstrijd. Nederland stuurde wel soldaten naar Indonesië om tegen de vrijheidsstrijders te vechten, maar ze verloren. Toch werd Indonesië pas in 1949 een onafhankelijk land. Nederland hield desondanks één eiland voor zichzelf. Irian Jaya (dat heet nu Nieuw-Guinea) werd pas in 1963 aan Indonesië gegeven.

In dit tijdvak werden nog meer landen gedekoloniseerd. Onder de druk van onder andere Amerika gaf Nederland ook aan Suriname zijn vrijheid voor een deel terug. In 1954 kreeg Suriname een eigen regering. Toch zou het pas in 1975 echt onafhankelijk worden. De Nederlandse Antillen vallen tot op de dag van vandaag nog steeds onder het koninkrijk Nederland. Wel hebben de meeste eilanden een eigen regering.

Het proces waarin de gekoloniseerde landen worden teruggegeven aan de inwoners noemen we dekolonisatie. Andere Europese landen hadden in de 19e eeuw ook heel veel kolonies. Ook zij gaven de landen terug aan de inwoners. Dit ging niet altijd van harte. Frankrijk wilde bijvoorbeeld Algerije niet laten gaan, omdat er nog heel veel Franse kolonisten woonden. Dit leidde dan ook tot een oorlog.

Engeland had bijvoorbeeld ook Palestina gekoloniseerd. Na de tweede wereldoorlog heeft Engeland, samen met de andere westerse landen, besloten dit land aan de Joden te geven. Ze dachten dat een volgende Jodenvervolging voorkomen zou kunnen worden als de Joden een eigen land hadden. Zij noemden hun land Israel. Deze naam komt uit de geschiedenis. De Joden geloven dat God hen heel lang geleden ‘het volk Israel’ heeft genoemd. Ook geloven ze dat God hen dit land had beloofd. Dit betekende wel dat er heel veel Palestijnen moesten verhuizen. Hier hadden de Palestijnen niet altijd evenveel zin in. Hierdoor braken er heel veel gevechten uit, die vandaag de dag nog steeds niet uitgevochten zijn.

×

U kunt niet meer reageren.