Het racistisch en totalitair karakter van het nationaal-socialisme

Aan het einde van de eerste wereldoorlog was Europa compleet veranderd. Voor de oorlog was iedereen positief. Ze dachten dat de wereld steeds beter werd en dat de oorlog makkelijk te winnen was. Maar alle landen die meevochten in de oorlog hadden grote verliezen gemaakt. De oorlog was een ramp in de geschiedenis.

Opeens was alles onzeker. Mensen begonnen aan alle positieve ontwikkelingen van voor de oorlog te twijfelen. Één van deze positieve ontwikkelingen wat de democratie. Na de oorlog begonnen ze alternatieven te overwegen. Een van die alternatieven was het fascisme. Het fascisme is tegen de democratie. Fascisten geloven dat er één sterke leider moet zijn. Italië koos voor het fascisme en koos Mussollini als leider. In Rusland kreeg het communisme de overhand. Zij hadden Lenin en later Stalin als leider. Beide ideologieën werden totalitair. Dat betekende dat het het hele dagelijkse leven van de bewoners van het land ging regeren.

Ook Duitsland koos een andere bestuursvorm. In Duitsland had men al enkele jaren een democratisch bestuur. Toch was er één partij die hier vanaf wilde. Dit was de NSDAP. Dat is de afkorting voor Nationale Socialistische Duitse Arbeiders Partij. Zij kregen heel veel steun van het Duitse volk omdat het heel slecht ging in Duitsland. Duitsland had zich in dit tijdvak diep in de schulden gewerkt. Ze moesten een torenhoge boete betalen omdat Frankrijk en Engeland vonden dat zij de eerste wereldoorlog waren begonnen.

Aan het einde van de jaren 20 was er een economische crisis uitgebroken en Duitsland had hier het meeste last van. Zij hadden heel veel werklozen en weinig hoop op een goede toekomst. Het NSDAP beloofde dat zij veel nieuwe banen kon creëren. Bovendien beloofden ze dat ze de Duitsers weer trots konden laten zijn op zichzelf. De Duitsers waren namelijk aan het einde van de 1e wereldoorlog erg vernederd door de rest van de wereld. Het NSDAP was erg nationalistisch. Dat betekende dat ze veel nadruk legden op hun eigen geschiedenis, cultuur en taal.

Het NSDAP was ook een racistische partij. Ze vonden dat de Duitsers het beste ras van de wereld was. Ze noemden zichzelf Ariërs. Ze vonden ook dat de Ariërs het recht hadden om over de wereld te heersen. Om dit uit te leggen gebruikten ze de evolutietheorie van Darwin. Darwin was een bioloog. Hij leefde in de 19e eeuw. Hij ontdekte dat alle levende wezens zichzelf steeds aanpassen aan hun omgeving. Volgens de evolutietheorie moet je je aanpassen om te overleven. De NSDAP dacht dat de Ariërs het sterkste mensensoort was. Gehandicapten, joden en homo’s vonden zij zwak en gevaarlijk voor de samenleving.

Heel veel Duitsers in dit tijdvak waren blij met de NSDAP. Na alle vernederingen vonden ze het fijn dat iemand zei dat ze sterk waren. Ook waren ze erg blij met alle banen die de NSDAP creëerde. Omdat heel veel mensen op de NSDAP stemden kon het de grootste partij van het land worden en greep de leider van de NSDAP de macht. Zijn naam was Adolf Hitler. Hij schafte de democratie af en werd een dictator.

Het nationaalsocialisme bleek totalitair te zijn. Dit betekende dat ze bijvoorbeeld ook de schoolboeken van de kinderen veranderden. De kinderen moesten leren wat de verschillen waren tussen de verschillende rassen. Ook moesten ze leren dat joden slecht waren en dat de Ariërs geboren waren om over de wereld te heersen. Iedereen die deze ideeën in twijfel trok of er openlijk tegen protesteerde werd vervolgd. Er waren dus heel veel mensen die lid werden van de NSDAP omdat ze bang waren.

×

U kunt niet meer reageren.