Het streven van vorsten naar absolute macht

In het tijdvak van de regenten en vorsten was er veel oorlog. Nederland was in oorlog met de Spanjaarden omdat zij vonden dat alle Nederlanders Katholiek moesten zijn. De Nederlandse vorsten wilden Calvinist zijn. Zij wilden ook dat alle Nederlanders Calvinist werden. Maar veel Nederlanders waren nog steeds Katholiek en sommigen werden Remonstrant. De Nederlandse vorsten bestreden de Remonstranten en zetten hen gevangen. Er werd in dit tijdvak dus veel gevochten vanwege de religie.

De oorlog met Spanje werd gewonnen in 1648. Nu was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onafhankelijk. Prins Willem van Oranje had deze republiek in 1588 opgericht. Hij leidde de opstand tegen de Spanjaarden. Willem van Oranje was tijdens deze opstand gedood door de katholiek Balthazar Gerards. Willems zoon, Maurits van Nassau werd hierna de leider van de opstand. Maurits stierf echter in 1625. Zijn broer, Frederik Hendrik volgde hem op als stadhouder en kapitein-generaal.

De stadhouder was het hoofd van de Staten-Generaal. De Staten-Generaal was het hoogste bestuur van de republiek. Zij namen de politieke beslissingen. In 1647 overleed Frederik Hendrik. Zijn functie als stadhouder werd nu vervuld door zijn zoon Willem II.

Willem II wilde de republiek nu veranderen in een monarchie. Dat betekende dat het land zou worden geregeerd door een koning in plaats van de Staten-Generaal. Willem II wilde die koning worden. Koning werd hij niet. Maar hij had wel een militaire dictatuur gevestigd. Dit betekende dat de absolute macht bij het leger lag. Willem II overleed al in 1650 aan de pokken. Hij werd niet ouder dan 24 jaar en zijn eerste zoon was nog niet geboren. Willem III, zijn zoon, zag acht dagen na de dood van zijn vader het levenslicht.

Er brak nu een stadhouderloze periode aan. Het volk was blij bevrijd te zijn van de dictatuur. Maar de buitenlandse politiek had te lijden onder de afwezigheid van een duidelijke leider. Engeland wilde samen met Nederland één land vormen. Dit vonden de Nederlandse edellieden geen goed idee. Hierdoor ontstond de eerste Engels-Nederlandse oorlog in 1652. Deze oorlog duurde 2 jaar. De republiek verloor deze oorlog en moest de Engelse voorwaarden voor de vrede aanvaarden. Dit betekende onder andere dat ze geen handel meer met Engeland mochten voeren.

Er kwamen nog veel meer oorlogen met Engeland. Ze vochten om het bestuur in Nederland en om kolonies overzee. Deze oorlogen werden voornamelijk op zee uitgevochten. Zo kwam het dat Michiel de Ruijter een van de belangrijkste mensen uit de Nederlandse geschiedenis werd. Hij heeft vele Engelse schepen tot zinken gebracht.

De Fransen vielen Nederland in 1672 aan. De Franse koning Lodewijk XIV was een absolute heerser en wilde zijn gebied vergroten. Engeland steunde hem in zijn strijd tegen de republiek. Frankrijk was over land echter veel sterker dan de Engelsen op zee waren. Overijssel, Gelderland en Utrecht werden binnen 3 weken veroverd. De republiek kon deze oorlog uiteindelijk niet financieren en moest zich terugtrekken.

De opmars van de Fransen naar Holland kon worden  voorkomen doordat stadhouder Willem III het gebied tussen de Zuiderzee en de rivieren onder water zette. Daardoor overleefde de Republiek de aanval van 1672, het jaar dat in de geschiedenis bekend zou worden als rampjaar. Willem III zag kans bondgenootschappen te sluiten met Brandenburg, Spanje, en de Duitse keizer. Maar het duurde nog tot 1678 voor de vrede van Nijmegen kon worden gesloten.

×

U kunt niet meer reageren.